Pensioen opbouwen doe je niet alleen via je werkgever of de AOW. Extra sparen voor later kan via een gewone spaarrekening, een deposito of een fiscaal voordelig lijfrenteproduct. In dit artikel leggen we de verschillen uit en helpen we je de juiste keuze maken.
Waarom extra sparen voor pensioen?
De AOW-uitkering bedraagt in 2026 voor een alleenstaande circa €1.450 netto per maand. Voor de meeste mensen is dat onvoldoende om de gewenste levensstijl te handhaven. Aanvullend pensioen via een werkgever helpt, maar er zijn ook steeds meer mensen — zeker zzp'ers en flexwerkers — die weinig of geen pensioen opbouwen.
Vroeg beginnen met extra sparen maakt een groot verschil door het rente-op-rente effect.
Drie manieren om te sparen voor pensioen
1. Gewone spaarrekening of deposito
Voordelen:
- Volledig flexibel (spaarrekening) of hogere rente (deposito)
- Geen fiscale constructie nodig
- Geld altijd beschikbaar als je het echt nodig hebt
Nadelen:
- Geen belastingvoordeel — rente telt mee in box 3
- Bij grote bedragen betaal je vermogensrendementsheffing over het meerdere boven €57.000
Wanneer kiezen? Als aanvullende buffer naast een pensioenproduct, of als je al bijna met pensioen gaat en flexibiliteit belangrijk is.
2. Lijfrente (banksparen of verzekering)
Voordelen:
- Inleg is aftrekbaar van de inkomstenbelasting (jaarruimte)
- Je betaalt nu geen belasting over de inleg — alleen later bij uitkering
- Belastingvoordeel kan oplopen tot 49,5% van het ingelegde bedrag
Nadelen:
- Geld is niet vrij opneembaar — je moet wachten tot pensioenleeftijd
- Bij vroegtijdige opname betaal je revisierente (20% boete + belasting)
- Uitkeringen zijn belast als inkomen
Wanneer kiezen? Als je nu in een hogere belastingschijf zit dan na je pensioen. Dan profiteer je maximaal van het belastingverschil.
3. Beleggen voor pensioen
Beleggen biedt op lange termijn (10+ jaar) gemiddeld hogere rendementen dan sparen, maar ook meer risico. Dit valt buiten de scope van dit artikel — zie onze vergelijking sparen vs. beleggen voor kinderen voor meer informatie over het principe.
Rekenvoorbeeld: spaarrekening vs. lijfrente
Stel: je legt 20 jaar lang €200 per maand in. Je belastingtarief is 37,07%.
| Aanpak | Maandelijkse inleg | Netto kosten per maand | Eindwaarde (2,5% rente) |
|---|---|---|---|
| Spaarrekening | €200 | €200 | ~€61.500 |
| Lijfrente (banksparen) | €200 | €126 (na belastingteruggave) | ~€61.500 (belast bij uitkering) |
Het eindkapitaal is vergelijkbaar, maar bij lijfrente heb je het opgebouwd met effectief €74 per maand minder — dankzij de belastingteruggave. Als je pensioeninkomen lager is dan je huidige inkomen, betaal je bij uitkering minder belasting dan je nu bespaart.
Jaarruimte berekenen
De jaarruimte bepaalt hoeveel je fiscaal aftrekbaar in een lijfrenteproduct kunt storten. De berekening is complex, maar als vuistregel: hoe minder pensioen je via een werkgever opbouwt, hoe meer jaarruimte je hebt.
Zzp'ers zonder pensioenopbouw hebben doorgaans de hoogste jaarruimte.
Bereken jouw jaarruimte: via de tool op belastingdienst.nl of via een financieel adviseur.
Combinatie: sparen én lijfrente
Veel mensen combineren beide:
- Lijfrente voor het fiscale voordeel en de lange termijn opbouw
- Spaarrekening of deposito als flexibele buffer voor eerder pensioen of onverwachte kosten
Met een deposito kun je tegelijk een hogere rente pakken voor het deel dat je zeker niet voor je 65e nodig hebt.
👉 Vergelijk spaardeposito's op SpaarrentesVergelijken.net
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van je inkomenssituatie. Lijfrente is fiscaal voordelig als je nu een hoger belastingtarief hebt dan na je pensionering. Voor mensen die nu al in een lage schijf zitten of flexibiliteit willen, kan een gewone spaarrekening of deposito beter zijn.
Ja. Zzp'ers hebben vaak juist meer jaarruimte dan werknemers, omdat ze geen pensioen via een werkgever opbouwen. Banksparen (lijfrente bij een bank) is een toegankelijke optie zonder verzekeringskosten.
Bij banksparen zit het geld op een geblokkeerde rekening bij een bank — bij overlijden gaat het naar je erfgenamen. Bij een lijfrenteverzekering is het geld bij overlijden weg (tenzij je nabestaandendekking hebt afgesloten). Banksparen is doorgaans goedkoper en transparanter.
Een vuistregel: zorg dat je bij pensionering 70% van je laatste bruto-inkomen per jaar kunt onttrekken. Hoeveel je daarvoor moet inleggen hangt af van je leeftijd nu, het verwachte rendement en de looptijd.
Ja. Vrij spaargeld (niet in een lijfrenteproduct) kun je altijd gebruiken. Houd rekening met de invloed op toeslagen en AOW-opbouw. Geld in een lijfrenteproduct is pas beschikbaar vanaf de pensioenleeftijd.
